De verhouding bestuur-aandeelhouders in een vennootschap. Hebben de aandeelhouders het laatste woord?

Een BV of NV bestaat uit een aantal organen, waaronder het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders (‘AVA’). In bepaalde gevallen is er ook een Raad van Commissarissen. Ieder orgaan heeft zijn eigen positie en eigen bevoegdheden binnen de vennootschap. Deze blog beperkt zich tot de  positie van het bestuur en de AVA.

Bevoegdheid bestuur

Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap. Hieronder wordt verstaan het leiding geven aan de dagelijkse gang van zaken in de onderneming van de vennootschap en het maken van plannen voor de toekomst van die onderneming. De bevoegdheden van het bestuur kunnen echter beperkt worden in de statuten. 

Het bestuur handelt in het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming.

Bevoegdheden AVA

De wet kent een aantal belangrijke bevoegdheden toe aan de AVA. Dit betreffen voornamelijk bevoegdheden die de structuur en inrichting van de vennootschap raken, waaronder het vaststellen van de jaarrekening, het wijzigen van de statuten en de benoeming en ontslag van het bestuur. In sommige gevallen kan hiervan afgeweken worden in de statuten dan wel nadere eisen worden gesteld.

De AVA vertegenwoordigt het belang van de aandeelhouders.

Verhouding bestuur-AVA

In beginsel zijn het bestuur en de AVA twee onafhankelijke organen die zich zowel zelfstandig als in hun onderlinge verhouding redelijk moeten gedragen. De statuten kunnen echter bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van de AVA. Denk hierbij aan bindende aanwijzingen die de algemene lijnen van het te voeren beleid raken of concrete instructies om iets te doen of te laten. 

Is het bestuur dan ook verplicht om hieraan gevolg te geven? Niet als de instructies of aanwijzingen in strijd zijn met het belang van de vennootschap. Dit kan vervolgens leiden tot een spanningsveld tussen het bestuur enerzijds en de AVA anderzijds.

De AVA kan – als drukmiddel – het bestuur ontslaan. Het is echter voor het bestuur belangrijk om het hoofd koel te houden en te allen tijde het belang van de vennootschap voor ogen te houden. Het bestuur is en blijft namelijk verantwoordelijk voor zijn handelen of nalaten, ook als hij de aanwijzingen van de AVA opvolgt.

Het bestuur heeft bij een dergelijke impasse een aantal mogelijkheden:

  • De AVA alsnog met argumenten proberen op andere gedachten te brengen
  • Het opstarten van een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer
  • Bij de rechter vorderen om het betreffende besluit van de AVA te vernietigen
  • In rechte het (voorgenomen) besluit tot ontslag van het bestuur voorkomen/vernietigen
  • Als uiterste middel: zelf besluiten om als bestuur af te treden

Uit het bovenstaande blijkt dat de AVA weliswaar druk kan uitoefenen op het bestuur om een bepaalde koers te varen, maar zij heeft daarin zeker niet het laatste woord. Het bestuur is autonoom en blijft verantwoordelijk voor zijn handelen en nalaten. Het bestuur dient die verantwoordelijkheid dan ook te nemen, ook al is dit in strijd met de koers die de AVA wil varen.

Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid u verder te informeren en u desgewenst juridisch te begeleiden. Neem in dat geval contact met ons op.

Bescherming van uw bedrijfsgeheimen

Eind 2018 is de Wet bescherming bedrijfsgegevens (‘WBB’) in werking getreden.

Voor de invoering van deze wet bestond er geen specifieke regeling ten behoeve van de bescherming van niet openbaar gemaakte know-how of bedrijfsvertrouwelijke gegevens (‘bedrijfsgeheimen’).

In voorkomende gevallen kon getracht worden bescherming af te dwingen met een beroep op een geheimhoudings- en non-concurrentiebeding in een contract, of via de weg van de onrechtmatige daad.

De WBB geeft de houder van een bedrijfsgeheim een direct wettelijk recht om juridische procedures te starten wanneer diens bedrijfsgeheimen onrechtmatig worden verkregen, openbaar worden gemaakt of worden gebruikt.

Bedrijfsgeheim

In de WBB is vastgelegd wanneer er sprake is van een bedrijfsgeheim.

Het gaat om informatie die aan de volgende voorwaarden voldoet:

  1. De informatie is geheim, in de zin dat zij niet algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk is voor personen die zich gewoonlijk bezighouden met dergelijke informatie;
  2. De informatie bezit handelswaarde omdat zij geheim is; en
  3. Degene die rechtmatig over de informatie beschikt, heeft redelijke maatregelen getroffen om de informatie geheim te houden.

Maatregelen

De WBB biedt de houders van bedrijfsgeheimen een aantal maatregelen die zij kunnen nemen tegen vermeende inbreukmakers.

In kort geding kan de voorzieningenrechter bij een spoedeisende kwestie bijvoorbeeld de staking van of het verbod op het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim bevelen.

In een gewone procedure kan de rechter bijvoorbeeld het terugroepen van inbreuk-makende goederen van de markt bevelen.

Ook is het mogelijk voor de houder om schadevergoeding te vorderen van de inbreukmaker en kan

de rechter de in het ongelijk gestelde partij (indien gevorderd) veroordelen in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Het moet dan wel duidelijk zijn dat de inbreukmaker volstrekt te kwader trouw is, dus willens en wetens inbreuk op het bedrijfsgeheim heeft gemaakt. In die situatie is een volledige proceskostenveroordeling toewijsbaar.

Procedures

Inmiddels is de WBB al een paar keer in een gerechtelijke procedure aan de orde geweest.

Daarbij heeft de rechter zich uitgelaten over wanneer er sprake is van een bedrijfsgeheim en of er door de houder van het bedrijfsgeheim voldoende redelijke maatregelen zijn getroffen om de informatie geheim te houden.

Daarbij heeft de rechter overwogen dat van de houder van het bedrijfsgeheim niet in alle gevallen verwacht kan worden dat hij het bedrijfsgeheim volledig onthult en daarmee (de concurrent) inzicht geeft in de specifieke werking: dit zou botsen met het belang van de houder om de know-how geheim te houden. Hiermee zou een effectieve bescherming van het bedrijfsgeheim in het geding komen.

Wel dient de houder van het bedrijfsgeheim voldoende aannemelijk te maken dat de ontwikkelde know-how, waarvan bescherming wordt gevorderd, uniek is.

Ten aanzien van de te nemen redelijke maatregelen die getroffen dienen te worden, blijkt dat de rechter het opnemen van een geheimhoudingsclausule op de te beschermen informatie in arbeidscontracten niet altijd voldoende acht.

Het treffen van nadere maatregelen kan wenselijk én nodig zijn om beroep te kunnen doen op bescherming in het kader van de WBB.

Hierbij kan gedacht worden aan afzonderlijke NDA-overeenkomsten met personen aan wie de informatie beschikbaar wordt gesteld. Ook een functionerend gekwalificeerd toegangs- en beveiligingssysteem dat op individueel niveau toegang aan werknemers verleent of weigert, kan als redelijke maatregel gelden.

Wilt u meer weten over de wijze waarop u uw bedrijfsgeheimen juridisch het beste kunt waarborgen? Neem dan contact met ons op en wij informeren u graag.

Het kettingbeding

Een overeenkomst bindt in beginsel slechts de contractpartijen. Er komen situaties voor waarbij (een van) de contractpartijen ook aan derden bepaalde verplichtingen willen opleggen. Dit gebeurt dan door het opnemen van een zogenaamd kettingbeding in de (koop)overeenkomst. Door het opnemen van een kettingbeding kan bewerkstelligd worden dat ook derden – opvolgend kopers bijvoorbeeld – aan dergelijke verplichtingen gebonden zijn.

Een kettingbeding is een bepaling die steeds opnieuw aan de nieuwe koper moet worden doorgegeven. Dit is vaak aan de orde bij de verkoop van onroerend goed. Veel voorkomende voorbeelden hiervan zijn:

  • het opleggen van de verplichte openingstijden voor opvolgend eigenaren van een winkel in een winkelcentrum;
  • het vastleggen in een koopovereenkomst van een onroerend goed dat een bepaald soort bedrijf zich daarin niet mag vestigen; dus dat de koper dit onroerend goed niet mag verhuren aan een concurrent (bijvoorbeeld in een winkelcentrum);
  • het vastleggen aan opvolgend eigenaren van verplichte bijdragen zoals onderhouds- en beheerkosten.

Voorwaarden voor een goed kettingbeding

Een kettingbeding bestaat kortweg uit een viertal essentiële schakels

I. De contractuele verplichting tussen contractpartijen

De afspraak die contractpartijen onderling willen overeenkomen. Bijvoorbeeld de verplichting voor de koper om het onroerend goed niet te zullen verhuren aan een bepaald soort bedrijf, zoals een supermarkt (hierna: ‘het verhuurverbod’)

II. De zogenaamde ‘1e doorgeefverplichting’

De verkoper/projectontwikkelaar zal willen dat indien de koper het onroerend goed doorverkoopt aan een derde, ook deze derde gebonden is aan het verhuurverbod. Om dit te bewerkstelligen kan de verkoper/projectontwikkelaar in de koopovereenkomst de verplichting voor de koper opnemen om bij verkoop aan een derde  het verhuurverbod op te nemen in de koopovereenkomst met deze derde.

III. De  zogenaamde ‘2e doorgeefverplichting

De verkoper/projectontwikkelaar zal niet alleen deze derde, maar ook diens eventuele rechtsopvolgers willen binden aan het verhuurverbod. Hiertoe kan de verkoper/projectontwikkelaar in de overeenkomst met de koper de verplichting voor koper opnemen om:

  1. het verhuurverbod in de koopovereenkomst met een derde op te nemen (1e doorgeefverplichting); én
  2. te bedingen dat deze derde het verhuurverbod en de doorgeefverplichtingen zal opnemen in de overeenkomst tussen deze derde en diens rechtsopvolger (2e doorgeefverplichting).

Let op: Deze ‘2e doorgeefverplichting’ wordt nog wel eens vergeten, waardoor verdere rechtsopvolgers niet gebonden zijn aan (in dit geval) het verhuurverbod.

IV. Het opnemen van een boeteclausule.

Een kettingbeding heeft geen zakelijke werking. Dit betekent dat het verhuurverbod niet automatisch meegaat bij de overdracht van het onroerend goed. Het kettingbeding is ‘slechts’ een beding in een overeenkomst.

Als de koper de derde, waaraan hij het onroerend goed verkoopt, niet informeert over het verhuurverbod en dit verbod niet opneemt in de koopovereenkomst met deze derde, dan  schiet de koper tekort in zijn relatie (contractuele verplichting) jegens de verkoper/projectontwikkelaar, maar is de derde niet gebonden aan het verhuurverbod.

Het is daarom van belang om in de koopovereenkomst tussen de verkoper/projectontwikkelaar en de koper een boeteclausule op te nemen voor het geval dat de koper het kettingbeding niet doorgeeft (let op: van belang is om ook de boeteclausule door te geven!)

Het kettingbeding staat niet in de wet en is dus ook niet gebonden aan veel wettelijke beperkingen. Uiteraard is het kettingbeding wel gebonden aan ‘de gewone’ wettelijke beperkingen. Het beding mag niet in strijd zijn met de wet, zoals bijvoorbeeld de Mededingingswet.

Nadelen kettingbeding

Zoals hiervoor gemeld is een kettingbeding “slechts” een overeenkomst tussen twee partijen en ontbreekt de zakelijke werking.

Dit betekent dat indien de verkoop van het onroerend goed geschiedt door een derde die geen partij is bij het kettingbeding, zoals een hypotheekhouder die het onroerend goed op een veiling aanbiedt, of een curator die het onroerend goed vanuit een faillissement verkoopt, deze verkopende derde niet gebonden is aan het kettingbeding.

Alternatieven

Een kettingbeding is slechts één van de vele mogelijkheden om verplichtingen (of rechten) te laten gelden jegens rechtsopvolgers die niet bij de aanvankelijke overeenkomst waren betrokken. Er zijn alternatieve mogelijkheden, die wellicht beter passen in bepaalde situaties.

Mocht u vragen hebben over het kettingbeding of alternatieve mogelijkheden om een derde buiten een overeenkomst bepaalde verplichtingen op te leggen, dan is WeDo Advocaten graag bereid u hierover nader te informeren.

Wilt u meer weten over het kettingbeding of alternatieve mogelijkheden om een derde buiten een overeenkomst bepaalde verplichtingen op te leggen? Neem contact met ons op en wij informeren u graag.

Het opschorten van verplichtingen uit een overeenkomst: een effectief middel tegen nalatige partijen

Stel u hebt met een contractspartij een afspraak gemaakt en hij komt zijn verplichtingen niet na. Wat kunt u dan doen?

Een tweetal voorbeelden:

  1. U bestelt 50 broeken bij een fabrikant. De fabrikant levert slechts 25 broeken, maar brengt wel meteen alle 50 broeken in rekening. Bent u dan verplicht om die factuur te voldoen?
  2. Of omgekeerd: U bent de fabrikant en een vaste afnemer bestelt opnieuw 50 broeken, maar die afnemer heeft diverse facturen (waarvan de betalingstermijn al is verstreken) nog steeds niet betaald. Bent u dan verplicht om die 50 broeken te leveren?

Het antwoord op beide vragen is in beginsel: nee. Op grond van de wet mag u namelijk in bepaalde gevallen uw verplichtingen jegens de wederpartij uitstellen totdat laatstgenoemde aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Juridisch heet dit opschorten. Om rechtsgeldig te mogen opschorten dient u wel aan een aantal eisen te voldoen:

  • Er is sprake van een opeisbare vordering op de wederpartij (bijv. de afgesproken betalings- of leveringstermijn is verlopen);
  • Er bestaat samenhang tussen de opeisbare vordering en uw eigen verplichting tot nakoming van de overeenkomst (dit betekent dat de vordering en verplichting voortvloeien uit dezelfde of een soortgelijke overeenkomst met de wederpartij);
  • Proportionaliteit (dit betekent in voorbeeld 1 dat de betaling van de factuur voor maximaal 50% = 25 broeken mag worden uitgesteld, omdat de wederpartij zijn verplichting ook maar voor de helft niet is nagekomen, de factuur helemaal niet betalen is niet proportioneel en dus niet toegestaan);
  • Redelijkheid- en billijkheidstoets (bijv. in sommige gevallen dient jegens de wederpartij vooraf mededeling te worden gedaan van de opschorting en de reden daarvan).

Tip: Controleer wel of de bevoegdheid tot opschorting is ingeperkt dan wel uitgesloten in de overeenkomst of algemene voorwaarden met de wederpartij. Schort u op desondanks op, dan kunt u namelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die de wederpartij hierdoor lijdt.

Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid u verder te informeren en u desgewenst juridisch te begeleiden. Neem in dat geval contact met ons op.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten