Zekerheden uitgelegd

Zekerheden uitgelegd

 Als u geld uitleent of een factuur stuurt, wilt u dat deze uiteindelijk (terug)betaald wordt. Maar hoe kunt u ervoor zorgen dat uw vordering wordt voldaan wanneer uw debiteur u niet kan betalen of zelfs failliet gaat? Dit is mogelijk door het bedingen van zekerheden. In deze blog worden de meest gebruikte zekerheden op een rij gezet en kort besproken. Welke zekerheden het beste gekozen kunnen worden, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

1. Eigendomsvoorbehoud

Indien u bijvoorbeeld een laptop aan een klant levert dan gaat in beginsel het eigendom op de laptop direct over op de klant, ook al is de rekening nog niet betaalt. Dit kunt u voorkomen door een eigendomsvoorbehoud overeen te komen. Hiermee spreekt u af dat het eigendom van de laptop pas overgaat zodra de rekening is betaald. Wordt de rekening niet betaald, dan kunt u de laptop terug vorderen. Ook in het geval de klant failliet is verklaard.

Een eigendomsvoorbehoud wordt opgenomen in een contract of algemene voorwaarden.

2. Recht van reclame

Ook met dit recht mag de aan een klant geleverde laptop (bijv.) teruggevorderd worden, indien de rekening niet is betaald. In dat opzicht lijkt het recht van reclame aldus op het eigendomsvoorbehoud. Verschillen zijn echter dat het recht van reclame niet opgenomen wordt in een contract of algemene voorwaarden. Dit recht vloeit namelijk rechtstreeks voort uit de wet. Bovendien kan het recht van reclame voor een beperkte periode worden ingeroepen. Daarna vervalt dit recht. Bij een eigendomsvoorbehoud geldt die beperking niet.

3. Retentierecht

Een klant laat bijvoorbeeld een auto bij u repareren, maar hij betaalt de rekening niet. In bepaalde gevallen mag u de auto onder u houden totdat wel betaald is. Dit geldt overigens (onder omstandigheden) ook voor het geval de auto geen eigendom is van de klant.

4. Hypotheekrecht

Om zekerheid te krijgen op betaling van een vordering, kunt u een hypotheekrecht vestigen. Dit gebeurt meestal als het om grote bedragen gaat. Een hypotheekrecht wordt gevestigd op bijvoorbeeld een pand of een stuk grond. Indien de vordering niet betaald wordt, dan kan tot openbare verkoop van dat pand of stuk grond worden overgegaan. De netto opbrengst komt u dan rechtstreeks toe, ook in het geval er sprake is van een faillissement.

Een hypotheekrecht wordt gevestigd bij notariële akte en dient vervolgens ingeschreven te worden in daartoe bestemde openbare registers. 

5. Pandrecht

In plaats van een hypotheekrecht kan ook een pandrecht gevestigd worden. Een pandrecht kan gevestigd worden op bijvoorbeeld voorraad, inventaris, vorderingen of zelfs aandelen. Ook bij een pandrecht geldt dat tot openbare verkoop kan worden overgegaan indien de vordering niet betaald wordt. Ongeacht of er sprake is van een faillissement.

Een pandrecht hoeft niet altijd per se bij notariële akte te worden gevestigd. Vestiging is in sommige gevallen zelfs relatief eenvoudig. Waar precies aan voldaan moet worden, is afhankelijk van de zaak waarop een pandrecht gevestigd wordt.

6. Hoofdelijke aansprakelijkheid

Bij hoofdelijke aansprakelijkheid spreekt u af dat er meerdere partijen aansprakelijk zijn voor betaling van de openstaande vordering. Bijvoorbeeld niet alleen de BV waarmee u zaken doet, maar ook de bestuurder (in privé) van die BV of moedermaatschappij/Holding. U kunt uw vordering bij alle partijen innen. Zo verspreid u als het ware uw kansen voor voldoening van uw vordering.   

7. Borgstelling

Borgstelling lijkt veel op hoofdelijke aansprakelijkheid, maar er geldt toch een belangrijk verschil. U kunt bij borgstelling de borg (dit is degene die zich borg heeft gesteld voor de schuld van een ander) namelijk pas aanspreken indien de oorspronkelijke debiteur de vordering niet voldoet.

8. (Bank)garantie

Bij een garantie verbindt een derde zich om in bepaalde omstandigheden een bedrag aan u te betalen, zodra u daarom verzoekt. Bijvoorbeeld omdat de oorspronkelijke debiteur failliet is verklaard of niet betaald. Een veel gebruikte vorm hiervan is de bankgarantie bij een huurovereenkomst. De verhuurder wil zekerheid voor betaling van de maandelijkse huurpenningen en verlangt zekerheid van de huurder. In plaats van een waarborgsom wordt dan vaak een bankgarantie geëist. De bank zal vervolgens garant staan voor het bedrag dat de huurder had moeten betalen. Ook bij een faillissement van de oorspronkelijke debiteur kan de borg worden ingeroepen.  

9. Achterstelling

Bij achterstelling wordt afgesproken dat de vordering van de een pas betaald mag worden nadat de vordering op de ander is voldaan. Bijvoorbeeld A heeft een vordering op B. Maar C heeft ook een vordering op B. B spreekt dan met C af dat zijn vordering pas betaald wordt, nadat de vordering van A op B is voldaan.

Van belang bij achterstelling is dat de schuldeisers waarvan de vordering ‘lager in rang’ wordt gezet, hiermee uitdrukkelijk akkoord moet gaan.

Tot slot

Bij het bedingen van zekerheden dienen allerlei formaliteiten in acht te worden genomen. Hieraan moet voldaan worden, anders is de afgesproken zekerheid niets waard en vist u alsnog achter het net. Wij kunnen u hierin begeleiden en adviseren.

Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid u verder te informeren en u desgewenst juridisch te begeleiden. Neem in dat geval contact met ons op.

De verhouding bestuur-aandeelhouders in een vennootschap. Hebben de aandeelhouders het laatste woord?

Een BV of NV bestaat uit een aantal organen, waaronder het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders (‘AVA’). In bepaalde gevallen is er ook een Raad van Commissarissen. Ieder orgaan heeft zijn eigen positie en eigen bevoegdheden binnen de vennootschap. Deze blog beperkt zich tot de  positie van het bestuur en de AVA.

Bevoegdheid bestuur

Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap. Hieronder wordt verstaan het leiding geven aan de dagelijkse gang van zaken in de onderneming van de vennootschap en het maken van plannen voor de toekomst van die onderneming. De bevoegdheden van het bestuur kunnen echter beperkt worden in de statuten. 

Het bestuur handelt in het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming.

Bevoegdheden AVA

De wet kent een aantal belangrijke bevoegdheden toe aan de AVA. Dit betreffen voornamelijk bevoegdheden die de structuur en inrichting van de vennootschap raken, waaronder het vaststellen van de jaarrekening, het wijzigen van de statuten en de benoeming en ontslag van het bestuur. In sommige gevallen kan hiervan afgeweken worden in de statuten dan wel nadere eisen worden gesteld.

De AVA vertegenwoordigt het belang van de aandeelhouders.

Verhouding bestuur-AVA

In beginsel zijn het bestuur en de AVA twee onafhankelijke organen die zich zowel zelfstandig als in hun onderlinge verhouding redelijk moeten gedragen. De statuten kunnen echter bepalen dat het bestuur zich dient te gedragen naar de aanwijzingen van de AVA. Denk hierbij aan bindende aanwijzingen die de algemene lijnen van het te voeren beleid raken of concrete instructies om iets te doen of te laten. 

Is het bestuur dan ook verplicht om hieraan gevolg te geven? Niet als de instructies of aanwijzingen in strijd zijn met het belang van de vennootschap. Dit kan vervolgens leiden tot een spanningsveld tussen het bestuur enerzijds en de AVA anderzijds.

De AVA kan – als drukmiddel – het bestuur ontslaan. Het is echter voor het bestuur belangrijk om het hoofd koel te houden en te allen tijde het belang van de vennootschap voor ogen te houden. Het bestuur is en blijft namelijk verantwoordelijk voor zijn handelen of nalaten, ook als hij de aanwijzingen van de AVA opvolgt.

Het bestuur heeft bij een dergelijke impasse een aantal mogelijkheden:

  • De AVA alsnog met argumenten proberen op andere gedachten te brengen
  • Het opstarten van een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer
  • Bij de rechter vorderen om het betreffende besluit van de AVA te vernietigen
  • In rechte het (voorgenomen) besluit tot ontslag van het bestuur voorkomen/vernietigen
  • Als uiterste middel: zelf besluiten om als bestuur af te treden

Uit het bovenstaande blijkt dat de AVA weliswaar druk kan uitoefenen op het bestuur om een bepaalde koers te varen, maar zij heeft daarin zeker niet het laatste woord. Het bestuur is autonoom en blijft verantwoordelijk voor zijn handelen en nalaten. Het bestuur dient die verantwoordelijkheid dan ook te nemen, ook al is dit in strijd met de koers die de AVA wil varen.

Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid u verder te informeren en u desgewenst juridisch te begeleiden. Neem in dat geval contact met ons op.

Modernisering personenvennootschappen (maatschap, VOF en CV): Gaat het dan eindelijk gebeuren?

Al geruime tijd wordt geprobeerd om de wettelijke regelgeving over personenvennootschappen te moderniseren. Het lijkt erop dat het nu ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Inmiddels is er een concept wettekst opgesteld. 

Het doel van de nieuwe (concept) wet is om een moderne toegankelijke regeling te creëren die meer duidelijkheid verschaft over de regels omtrent de personenvennootschappen. De regeling dient ook aan schuldeisers passende bescherming te bieden en aan het handelsverkeer zekerheid te geven.

Wat gaat dit betekenen voor ondernemers die hun onderneming exploiteren vanuit een maatschap, vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (CV)? In deze blog wordt een beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen die naar de huidige verwachting zullen worden doorgevoerd.

  • Uitgangspunt is nog steeds de vrijheid van partijen om te contracteren (contractsvrijheid). Op sommige punten mag echter niet (contractueel) van de wet worden afgeweken.
  • Het wettelijke onderscheid tussen beroep (maatschap) of bedrijf (VOF) vervalt. In plaats van drie rechtsvormen (VOF, maatschap en CV) zijn er (wettelijk) maar twee rechtsvormen, te weten: de vennootschap en de commanditaire vennootschap.
  • Er is voor de oprichting geen notariële akte nodig. Rechtspersoonlijkheid wordt slechts verkregen door inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  • Er is in beginsel sprake van hoofdelijke verbondenheid voor elke gewone vennoot (ongeacht of er sprake is van een oude maatschap of VOF). Alle vennoten zijn dus naast de vennootschap persoonlijk aansprakelijk tegenover derden. Dit geldt niet, indien de uitvoering van de opdracht uitdrukkelijk aan één van de vennoten specifiek is toevertrouwd.
  • De hoofdelijke verbondenheid van een vennoot geldt alleen voor verbintenissen die zijn ontstaan ná zijn toetreding in de vennootschap.
  • Rechtsvorderingen die ontstaan ná het uittreden als vennoot verjaren door verloop van 5 jaar nadat het uittreden van de vennoot in het Handelsregister is ingeschreven.
  • De schuldeiser die een vennoot persoonlijk aanspreekt, dient eerst aannemelijk te maken dat zijn vordering niet op de vennootschap is te verhalen.
  • Het is mogelijk om over te gaan tot verpanding en vruchtgebruik van rechten tot uitkering ten laste van het vermogen van de vennootschap.
  • Het wordt eenvoudiger om bij ontbinding van de vennootschap de bedrijfsactiviteiten te laten voortzetten door een enig overblijvend vennoot.
  • De commanditaire vennoot van een CV mag de CV vertegenwoordigen, mits de vennootschap hem daartoe een volmacht heeft verleend. Indien zijn handelen echter vervolgens een belangrijke oorzaak van het faillissement is, dan is de commanditaire vennoot in beginsel jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het boedeltekort.

WeDo Advocaten volgt de laatste ontwikkelingen omtrent deze (concept) wet  op de voet. Wilt u meer weten? Neem dan contact met ons op en wij informeren u graag.

Het kettingbeding

Een overeenkomst bindt in beginsel slechts de contractpartijen. Er komen situaties voor waarbij (een van) de contractpartijen ook aan derden bepaalde verplichtingen willen opleggen. Dit gebeurt dan door het opnemen van een zogenaamd kettingbeding in de (koop)overeenkomst. Door het opnemen van een kettingbeding kan bewerkstelligd worden dat ook derden – opvolgend kopers bijvoorbeeld – aan dergelijke verplichtingen gebonden zijn.

Een kettingbeding is een bepaling die steeds opnieuw aan de nieuwe koper moet worden doorgegeven. Dit is vaak aan de orde bij de verkoop van onroerend goed. Veel voorkomende voorbeelden hiervan zijn:

  • het opleggen van de verplichte openingstijden voor opvolgend eigenaren van een winkel in een winkelcentrum;
  • het vastleggen in een koopovereenkomst van een onroerend goed dat een bepaald soort bedrijf zich daarin niet mag vestigen; dus dat de koper dit onroerend goed niet mag verhuren aan een concurrent (bijvoorbeeld in een winkelcentrum);
  • het vastleggen aan opvolgend eigenaren van verplichte bijdragen zoals onderhouds- en beheerkosten.

Voorwaarden voor een goed kettingbeding

Een kettingbeding bestaat kortweg uit een viertal essentiële schakels

I. De contractuele verplichting tussen contractpartijen

De afspraak die contractpartijen onderling willen overeenkomen. Bijvoorbeeld de verplichting voor de koper om het onroerend goed niet te zullen verhuren aan een bepaald soort bedrijf, zoals een supermarkt (hierna: ‘het verhuurverbod’)

II. De zogenaamde ‘1e doorgeefverplichting’

De verkoper/projectontwikkelaar zal willen dat indien de koper het onroerend goed doorverkoopt aan een derde, ook deze derde gebonden is aan het verhuurverbod. Om dit te bewerkstelligen kan de verkoper/projectontwikkelaar in de koopovereenkomst de verplichting voor de koper opnemen om bij verkoop aan een derde  het verhuurverbod op te nemen in de koopovereenkomst met deze derde.

III. De  zogenaamde ‘2e doorgeefverplichting

De verkoper/projectontwikkelaar zal niet alleen deze derde, maar ook diens eventuele rechtsopvolgers willen binden aan het verhuurverbod. Hiertoe kan de verkoper/projectontwikkelaar in de overeenkomst met de koper de verplichting voor koper opnemen om:

  1. het verhuurverbod in de koopovereenkomst met een derde op te nemen (1e doorgeefverplichting); én
  2. te bedingen dat deze derde het verhuurverbod en de doorgeefverplichtingen zal opnemen in de overeenkomst tussen deze derde en diens rechtsopvolger (2e doorgeefverplichting).

Let op: Deze ‘2e doorgeefverplichting’ wordt nog wel eens vergeten, waardoor verdere rechtsopvolgers niet gebonden zijn aan (in dit geval) het verhuurverbod.

IV. Het opnemen van een boeteclausule.

Een kettingbeding heeft geen zakelijke werking. Dit betekent dat het verhuurverbod niet automatisch meegaat bij de overdracht van het onroerend goed. Het kettingbeding is ‘slechts’ een beding in een overeenkomst.

Als de koper de derde, waaraan hij het onroerend goed verkoopt, niet informeert over het verhuurverbod en dit verbod niet opneemt in de koopovereenkomst met deze derde, dan  schiet de koper tekort in zijn relatie (contractuele verplichting) jegens de verkoper/projectontwikkelaar, maar is de derde niet gebonden aan het verhuurverbod.

Het is daarom van belang om in de koopovereenkomst tussen de verkoper/projectontwikkelaar en de koper een boeteclausule op te nemen voor het geval dat de koper het kettingbeding niet doorgeeft (let op: van belang is om ook de boeteclausule door te geven!)

Het kettingbeding staat niet in de wet en is dus ook niet gebonden aan veel wettelijke beperkingen. Uiteraard is het kettingbeding wel gebonden aan ‘de gewone’ wettelijke beperkingen. Het beding mag niet in strijd zijn met de wet, zoals bijvoorbeeld de Mededingingswet.

Nadelen kettingbeding

Zoals hiervoor gemeld is een kettingbeding “slechts” een overeenkomst tussen twee partijen en ontbreekt de zakelijke werking.

Dit betekent dat indien de verkoop van het onroerend goed geschiedt door een derde die geen partij is bij het kettingbeding, zoals een hypotheekhouder die het onroerend goed op een veiling aanbiedt, of een curator die het onroerend goed vanuit een faillissement verkoopt, deze verkopende derde niet gebonden is aan het kettingbeding.

Alternatieven

Een kettingbeding is slechts één van de vele mogelijkheden om verplichtingen (of rechten) te laten gelden jegens rechtsopvolgers die niet bij de aanvankelijke overeenkomst waren betrokken. Er zijn alternatieve mogelijkheden, die wellicht beter passen in bepaalde situaties.

Mocht u vragen hebben over het kettingbeding of alternatieve mogelijkheden om een derde buiten een overeenkomst bepaalde verplichtingen op te leggen, dan is WeDo Advocaten graag bereid u hierover nader te informeren.

Wilt u meer weten over het kettingbeding of alternatieve mogelijkheden om een derde buiten een overeenkomst bepaalde verplichtingen op te leggen? Neem contact met ons op en wij informeren u graag.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten