Ferenc Welten: +31 (0)6 – 51 74 39 83
Lizette van Doorn: +31 (0)6 – 53 96 42 66
Sietske Hubens – van de Loo: +31 (0)6 - 21 63 82 84

De AVG en foto’s/beeldopnamen in de openbare ruimte

Voor een verwerking (lees in dit kader: ‘gebruik’) van persoonsgegevens is krachtens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (de ‘AVG’) een grondslag vereist (artikel 6 AVG).

Hoe zit het met publicatie van evenementfoto’s en foto’s/beelden gemaakt op openbare plaatsen?

Algemeen

Onder de AVG bestaan twee groepen persoonsgegevens: ‘reguliere’ en ‘bijzondere’ categorieën persoonsgegevens. Voor deze laatste categorie geldt een zwaarder regime. Verwerking daarvan is kort gezegd verboden tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven of er een specifieke wettelijke uitzondering bestaat.

Op een foto/beeldopname zijn de fysieke kenmerken van personen zichtbaar. Strikt genomen zouden foto’s hierdoor altijd aangemerkt moeten worden als bijzondere persoonsgegevens.

Dat leidt echter tot een groot probleem omdat meestal van een specifieke wettelijke uitzondering geen sprake is, waardoor foto’s/beeldopnamen alleen verwerkt zouden mogen worden op basis van uitdrukkelijke toestemming.

Bij beelden waar talloze personen zichtbaar zijn, is dat feitelijk onmogelijk.

Het publiceren van foto’s van een evenement wordt dus al gauw risicovol.

Indien het een vergaande inspanning zou vergen om willekeurige personen op (de achtergrond van) een foto/beeldopname te identificeren, zou nog het standpunt ingenomen kunnen worden dat er geen sprake is van een persoonsgegeven en dat de AVG dus niet van toepassing is. De publicatie van een dergelijke foto/beeldopname zou dan ook mogen plaatsvinden zonder grondslag.

Gezien de steeds betere beschikbaarheid van gezichtsherkenningstechnieken zal dit standpunt steeds moeilijker te handhaven zijn.

Journalistieke doeleinden

Voor een verwerking van foto’s voor uitsluitend journalistieke doeleinden geldt onder de AVG een lichter regime. Er is in dat geval geen aanvullende grondslag nodig voor de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens; de artikelen 9 en 10 AVG (die hier op zien) zijn niet van toepassing.

Wel blijft gelden dat er sprake dient te zijn van een grondslag voor verwerking. Artikel 6 AVG blijft ook hier van toepassing. Vaak kan dan op basis van vrijheid van meningsuiting of vrije nieuwsvergaring een beroep worden gedaan op een gerechtvaardigd belang.

Of het (online) publiceren van evenementfoto’s en foto’s genomen op openbare plaatsen valt aan te merken als ‘een verwerking voor uitsluitend journalistieke doeleinden’ zal afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad heeft in dit kader al in 2008  (ECLI:NL:HR:2008:BB3210 Van Gasteren-Hemelrijk) bepaald dat de publicatie van een open brief op het internet op een persoonlijke website, gericht op een breed publiek, in het algemeen belang kan zijn, waarmee het gerechtvaardigd is om een dergelijke publicatie op één lijn te stellen met een perspublicatie.

Cameratoezicht

De Autoriteit Persoonsgegevens (de ‘AP’) stelt op haar website dat in de meeste gevallen toestemming nodig is om persoonsgegevens te plaatsen op internet.

Aan de andere kant stelt de AP in haar Beleidsregels Cameratoezicht dat foto’s niet per definitie dienen te worden aangemerkt als gevoelige gegevens en dat foto’s verwerkt kunnen worden op grondslagen zoals een gerechtvaardigd belang.

Wanneer de foto’s geen identificatie als doel hebben, zijn deze volgens de AP aan te merken als ‘reguliere’ persoonsgegevens.

Recentelijk heeft de AP in dit kader in een zaak tussen de eigenaar van bedrijfspanden en omwonenden beslist dat dat de eigenaar zijn eigendommen mag beveiligen met camera’s. Daarbij heeft de AP de belangen van de omwonenden (privacy) afgewogen tegen de belangen van de eigenaar van de panden (bescherming eigendommen).

De eigenaar heeft volgens de AP een gerechtvaardigd belang bij het toepassen van het cameratoezicht.

  

Conclusie
Het publiceren van foto’s/beeldopnamen waarop personen herkenbaar zijn (afgebeeld), is niet zonder risico onder de AVG.

Zolang foto’s als ‘reguliere’ persoonsgegevens worden gezien omdat ze geen identificatie tot doel hebben, is  het niet aannemelijk dat de AP snel boetes zal opleggen.

Indien het maken van foto’s/beeldopnamen noodzakelijk is voor de behartiging van een gerechtvaardigd belang, is dit toegestaan, behalve wanneer de belangen of grondrechten van de betrokkene(n) zwaarder wegen.

Mocht u vragen hebben over dit onderwerp, neem dan contact met ons op.

Het opschorten van verplichtingen uit een overeenkomst: een effectief middel tegen nalatige partijen

Stel u hebt met een contractspartij een afspraak gemaakt en hij komt zijn verplichtingen niet na. Wat kunt u dan doen?

Een tweetal voorbeelden:

  1. U bestelt 50 broeken bij een fabrikant. De fabrikant levert slechts 25 broeken, maar brengt wel meteen alle 50 broeken in rekening. Bent u dan verplicht om die factuur te voldoen?
  2. Of omgekeerd: U bent de fabrikant en een vaste afnemer bestelt opnieuw 50 broeken, maar die afnemer heeft diverse facturen (waarvan de betalingstermijn al is verstreken) nog steeds niet betaald. Bent u dan verplicht om die 50 broeken te leveren?

Het antwoord op beide vragen is in beginsel: nee. Op grond van de wet mag u namelijk in bepaalde gevallen uw verplichtingen jegens de wederpartij uitstellen totdat laatstgenoemde aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Juridisch heet dit opschorten. Om rechtsgeldig te mogen opschorten dient u wel aan een aantal eisen te voldoen:

  • Er is sprake van een opeisbare vordering op de wederpartij (bijv. de afgesproken betalings- of leveringstermijn is verlopen);
  • Er bestaat samenhang tussen de opeisbare vordering en uw eigen verplichting tot nakoming van de overeenkomst (dit betekent dat de vordering en verplichting voortvloeien uit dezelfde of een soortgelijke overeenkomst met de wederpartij);
  • Proportionaliteit (dit betekent in voorbeeld 1 dat de betaling van de factuur voor maximaal 50% = 25 broeken mag worden uitgesteld, omdat de wederpartij zijn verplichting ook maar voor de helft niet is nagekomen, de factuur helemaal niet betalen is niet proportioneel en dus niet toegestaan);
  • Redelijkheid- en billijkheidstoets (bijv. in sommige gevallen dient jegens de wederpartij vooraf mededeling te worden gedaan van de opschorting en de reden daarvan).

Tip: Controleer wel of de bevoegdheid tot opschorting is ingeperkt dan wel uitgesloten in de overeenkomst of algemene voorwaarden met de wederpartij. Schort u op desondanks op, dan kunt u namelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die de wederpartij hierdoor lijdt.

Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid u verder te informeren en u desgewenst juridisch te begeleiden. Neem in dat geval contact met ons op.

Financiële compensatie werkgever bij transitievergoeding

Sinds de invoering van de WWZ bent u als werkgever verplicht (ook) een transitievergoeding te betalen aan een zieke werknemer die na 104 weken ziekte, na verkregen toestemming van het UWV, door u wordt ontslagen. Dit leidt tot extra hoge (ontslag)kosten.

Deze transitievergoeding komt immers naast de verplichting om bij ziekte gedurende 104 weken het loon door te betalen én de kosten die samenhangen met de verplichting om de zieke werknemer te re-integreren (o.a. kosten voor het inschakelen van een re-integratiebureau, het laten opstellen van een arbeidsdeskundig onderzoek, werkplekonderzoeken).

Dit heeft er toe geleid dat werkgevers zoeken naar mogelijkheden om onder de betaling van de transitievergoeding uit te komen, bijvoorbeeld door de arbeidsovereenkomst met de arbeidsongeschikte werknemer na 104 weken ziekte niet op te zeggen, maar gewoon in dienst te houden.

Dit heeft als voordeel voor de werkgever dat hij dan geen transitievergoeding verschuldigd is. Het nadeel en risico van het laten bestaan van een “slapend dienstverband” is echter dat de werknemer zich na verloop van tijd (als hij weer geheel of gedeeltelijk hersteld is) weer kan melden voor zijn werk en dan weer aanspraak kan maken op doorbetaling van loon. Omdat de werkgever dan veelal de plek van de zieke werknemer heeft laten invullen door een vervanger, zal dit voor de werkgever tot buitengewoon ongewenste situaties leiden.

Van overheidswege werd al geruime tijd geleden toegezegd dat de werkgever tegemoet gekomen zou worden en de WWZ zou worden aangepast.

Er ligt nu eindelijk een concreet wetsvoorstel, waarbij de werkgever wordt gecompenseerd voor de transitievergoeding bij ontslag van een langdurig zieke werknemer.

Met het wetsvoorstel “houdende maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid” wordt een nieuw artikel 7:673e toegevoegd aan het BW. Dit artikel bepaalt dat het UWV op verzoek van de werkgever een compensatie kan verstrekken ter hoogte van de transitievergoeding die de werkgever heeft betaald bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst vanwege het feit dat de werknemer wegens ziekte of gebreken niet meer in staat was de bedongen arbeid te verrichten.

Met deze compensatie is het niet langer nodig een slapend dienstverband met de langdurig arbeidsongeschikte werknemer te laten bestaan.

De regeling, waarin deze compensatie-mogelijkheid is vastgelegd, treedt, zo is de bedoeling, met ingang van 1 april 2020 in werking.

De aanvraag voor compensatie, welke aanvraag ingediend wordt bij het UWV, kan zien op vergoedingen die door de werkgever worden verstrekt op of na 1 april 2020, maar ook op vergoedingen die daarvoor zijn verstrekt en wel gedurende de periode 1 juli 2015 en 1 april 2020!

De aanvraag dient uiterlijk zes maanden na de dag waarop de werkgever de (volledige) transitievergoeding heeft betaald ingediend te zijn.

Voor de “oude” gevallen (waarbij de volledige transitievergoeding is betaald vóór 1 april 2020) geldt dat de aanvraag vóór 1 oktober 2020 ingediend moet zijn.

Het verdient dus aanbeveling om voor deze “oude” gevallen een en ander alvast voor te bereiden, zodat direct na invoering van deze nieuwe regeling (of in ieder geval tijdig vóór 1 oktober 2020) de compensatie-aanvragen kunnen worden ingediend.

Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid u verder te informeren en u desgewenst juridisch te begeleiden bij het aanvragen van de compensatie.

Het heimelijk opnemen van gesprekken toegestaan? JEIN!

Onlangs vertelde een bekende mij dat een gesprek waaraan hij had deelgenomen, door een van de andere deelnemers heimelijk was opgenomen. Hij was op zijn zachtst gezegd ‘not amused’ en meende dat het niet is toegestaan. Maar is dat wel zo?

Strafbaar
Indien je zelf geen deelnemer bent aan het gesprek, mag je een gesprek niet heimelijk opnemen. Het is zelfs strafbaar! Art. 139a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dit voor het opnemen in huis, een besloten lokaal of erf. Hierop staat zes maanden cel of een boete van 20.500 euro. Ook het heimelijk opnemen van een gesprek buiten een woning, besloten lokaal of erf is niet toegestaan (art. 139b lid 1 Wetboek van Strafrecht). Hierop staat drie maanden cel of een boete van 8.200 euro.

Toelaatbaar
Wordt voor of bij het begin van het gesprek aangekondigd dat een gesprek wordt opgenomen, wat bijv. vaak gebeurt door een afdeling klantenservice, dan is dit toegestaan.

Ben je deelnemer aan een gesprek, dan mag je wél een gesprek heimelijk opnemen (of een ander opdracht geven het gesprek op te nemen), ook als je het opnemen tevoren niet hebt medegedeeld aan jouw gesprekspartner(s). Dan ben je niet strafbaar.

Bruikbaar
Ook al heb je het gesprek opgenomen, dan wil dat niet zeggen dat je de opname zonder meer kunt gebruiken.  Openbaarmaking van het gesprek kan onrechtmatig zijn tegenover jouw gesprekspartner. Zijn privacy kan geschonden worden en er moet een goede reden zijn om daarop een inbreuk te maken. Denk hierbij aan de situatie dat jouw gesprekspartner jou bedreigt.

Deze week las ik een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over een door de werkgever ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een ernstig verstoorde arbeidsrelatie.  In deze kwestie had een werknemer langdurig heimelijk geluidsopnames gemaakt van gesprekken met management, collega’s en relaties van de werkgever, nadat de werkgever de werknemer herhaaldelijk op zijn functioneren had aangesproken. De geluidsopnamen gebruikte de werknemer als dreigmiddel richting zijn werkgever. De werknemer voelde zich ‘besodemieterd’ door de  werkgever. De kantonrechter maakte er korte metten mee. Hij ontbond de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsrelatie en kende geen billijke vergoeding toe, nu de verstoring van de arbeidsrelatie in overwegende mate aan de werknemer te wijten was.

Ethisch en wenselijk?
Is het heimelijk opnemen ethisch? Dat is niet met een simpel ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden. 

Voor mij als advocaat is het in ieder geval niet toegestaan om heimelijk gesprekken op te nemen.

Het voelt in ieder geval niet prettig, zo weet ik ook uit eigen ervaring, als je er achter komt dat een gesprek waaraan je hebt deelgenomen, door een ander heimelijk is opgenomen; ook al heb je geen rare of ontoelaatbare uitlatingen gedaan. 

Heb je vragen, dan kan je contact opnemen met Ferenc Welten (tel.  06 – 51743983 of e-mail: welten@wedo-advocaten.nl)

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten