“Na mij de zondvloed”, gaat niet altijd op


In geval van faillissement van een vennootschap kan iedere (oud)bestuurder hoofdelijk worden aangesproken voor de schulden die niet kunnen worden voldaan, indien de bestuurder zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

De onbehoorlijke taakvervulling dient te hebben plaatsgevonden binnen een  periode van drie jaren voorafgaand aan het faillissement. Een aan de bestuurder verleende kwijting staat het instellen van een vordering in dit kader niet in de weg.

De situatie
Een directeur grootaandeelhouder (DGA) draagt alle aandelen in zijn vennootschap over aan een derde (koper) tegen betaling van € 1,-.

In de akte van levering is geregeld dat de DGA ontslag neemt als bestuurder en dat de koper van de aandelen als opvolgend bestuurder wordt benoemd.

Ruim een half jaar later failleert de vennootschap en zijn er aanzienlijke schulden. Deze zijn ontstaan doordat er goederen en diensten zijn afgenomen, maar nooit zijn betaald. De curator treft geen administratie aan.

In eerste aanleg, waarbij zowel de (oud) DGA als de koper (opvolgend DGA) zijn gedagvaard, is de opvolgend DGA wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur veroordeeld tot betaling van het boedeltekort. De vordering tegen de (oud) DGA is afgewezen. Daartegen stelt de curator hoger beroep in.

Juridisch oordeel Gerechtshof
Naar het oordeel van het Gerechtshof mocht van de (oud) DGA als (toenmalig) bestuurder worden verwacht dat hij, onder meer met het oog op de belangen van de crediteuren van de vennootschap, tenminste enig onderzoek zou doen naar de hoedanigheden, zakelijke achtergrond, financiële gegoedheid en persoonlijke integriteit van de persoon aan wie hij het bestuur en de aandelen van de vennootschap wilde overdragen.

De (oud) DGA heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich daadwerkelijk moeite heeft getroost om voldoende onderzoek te verrichten naar referenties, achtergronden en/of de motieven van de opvolgend bestuurder.

Zijn argument dat niets aan het onderhandelingstraject met de koper ongebruikelijk of louche was en geen aanleiding gaf om aan de bedoelingen van de koper/opvolgend bestuurder te twijfelen, acht het Gerechtshof onvoldoende.

Ook de omstandigheid dat de (oud) DGA niet zelf op zoek is gegaan naar een overnamekandidaat maar dat de koper zich bij hem heeft gemeld, doet er niet aan af dat van de oud (DGA) had mogen worden verwacht dat hij in het belang van de gezamenlijke schuldeisers onderzoek zou hebben gedaan naar de opvolgend bestuurder, zeker gelet op de overige omstandigheden van dit geval.

Nu de (oud) DGA een dergelijk onderzoek verwijtbaar heeft nagelaten, wordt hij medeaansprakelijk  gehouden voor (een gedeelte van) het boedeltekort.

Conclusie
(mede) Gegeven de mogelijke hoofdelijke aansprakelijkheid voor een boedeltekort kan het van belang zijn onderzoek te doen naar een overnamekandidaat.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten